TWEEDE KAMER

Voorbij het geluk

Je denkt dat ongeluk je vijand is. Het is verveling.

We jagen op geluk alsof het een plek is om aan te komen. Maar wie alles heeft en niets meer moet, ontdekt iets vreemds. Niet de pijn holt je uit. De leegte doet dat. De dag zonder inzet. Het zachte kussen waarop niets meer schuurt.

Een mens leeft niet op van rust. Hij leeft op van iets dat hem nodig heeft.

Geluk is geen bestemming. Het is een richting waarin je beweegt.

Wat zou je doen als comfort niet langer het doel was?

Dit is één kamer van negentien. Waarom de man die alles bezat zich pas levend voelde toen hij het weggaf, ligt in het boek.

Scroll naar boven